Roos van Leary

Over dit project

Roos van leary

Over dit project

 

Interpretatie dominantie (DOM) en affiliatie (AFF) scores.

De twee scores vatten de belangrijkste informatie samen van hoe u uzelf op de vragenlijst beschreven hebt.

Ze vormen twee wezenlijke aspecten van uw interpersoonlijke gedrag:

  • de mate waarin u uzelf als dominant, dan wel als submissief omschrijft;
  • de mate waarin u uzelf als affiliatief, dan wel als vijandig omschrijft.

Anders gezegd: uw basishoudingen tegenover macht en tegenover intimiteit.

schaal score zelf omschrijving

 

DOM

 

-2 hoog + Ik neem het initiatief, geef leiding, overtuig, beheers en domineer anderen voor mijn eigen doeleinden.
hoog – Ik volg, geef toe, maak mezelf klein, pas me aan, gehoorzaam en onderwerp me aan anderen op een afhankelijke manier.
AFF

 

3 hoog + Ik sympathiseer, vergeef, ben het met anderen eens, wil graag hun affectie winnen.
hoog – Ik wantrouw, rebelleer, klaag, verwijt, voel me kwaad tegenover anderen op een zelfgerichte manier.

 

 

Aantal aangegeven kenmerken (AAK-score)

AAK-score: 17

Omdat het invullen van de vragenlijst beschouwd kan worden als een vorm van communicatie, zou het aantal kenmerken dat u aangegeven hebt een index kunnen zijn van van uw communicatiebereidheid: uw bereidheid om uzelf “bloot te geven” en te onthullen aan anderen, die uw scores kunnen zien.

Op deze manier geredeneerd kan een lage score wijzen op een aarzeling om zichzelf aan anderen te laten kennen, terwijl een hoge score wijst op een bereidheid tot openheid.

NB1: De aanduiding “hoog” (40-30), “gemiddeld” (20-30) en “laag” (10-20) zijn gebaseerd op scores uit een onderzoek bij psychologiestudenten.

NB2: Het aangegeven hebben van méér kenmerken betekent over het algemeen ook het aangevinkt hebben van meer zelfkritische kenmerken (zie ook bij GIN-score).

 

 

Gemiddelde intensiteit (GIN-score)

GIN-score: 1,88

Interpretatie.

Omdat de kenmerken op elk van de acht vragenlijstschalen gerangschikt zijn naar hun intensiteit, geeft deze score een gemiddelde intensiteitsniveau van de aangegeven kenmerken.

Zo is bijvoorbeeld kenmerk 1 (“kan opdracht geven”) minder intens dan kenmerk 22 (“dictatoriaal”).

Een hoge score wijst op een sterke mate van zelfkritiek, omdat deze het resultaat is van negatievere zelfomschrijving.

 

 

Interpretatie “Roos van Leary”.

De segmenten in de rechterhelft van de cirkel geven aan in hoeverre u uzelf beschreven hebt als affiliatief (de “Samen”-pool van Leary) de segmenten in de linkerhelft als vijandig (de “Tegen”-pool van Leary).

De segmenten in de bovenste helft van de cirkel geven aan in hoeverre u uzelf omschreven hebt als dominant (de “Boven”-pool van Leary); de segmenten in de onderste helft als submissief (de “Onder”-pool van Leary).

Hogere scores (meer naar de buitenkant) wijzen op negatievere zelfomschrijvingen dan lage scores.

De typering van uw zelfbeeld is als volgt:

  • kan streng zijn wanneer dat nodig is;
  • assertief en vertrouwend op zichzelf, onafhankelijk, zakelijk;
  • kan opdrachten geven;
  • behulpzaam;
  • hartelijk en met begrip, er sterk op uit met anderen goed overweg te kunnen, wil ieders sympathie;
  • bewondert en imiteert anderen, erg bezorgd om bevestiging te krijgen, vol respect voor gezag;

heeft gebrek aan zelfvertrouwen, bescheiden, geeft gewoonlijk toe.

Categorie
Leereenheid 1.3